Skip to main content

ABC over Narcisme

Narcisme is een complex en vaak verwarrend thema. Het kan je leven diep raken in relaties, werk en zelfs in hoe je naar jezelf kijkt. Wie ooit met narcistisch gedrag te maken had, weet hoe het voelt om voortdurend te twijfelen aan je eigen gevoel en werkelijkheid. In deze ABC over narcisme leg ik op een heldere manier uit wat narcisme is, hoe je het herkent en wat het met je doet. Je vindt hier inzichten die je helpen om patronen te herkennen, grenzen te stellen en stap voor stap weer rust en zelfvertrouwen te vinden.

Je bent niet alleen. Begrip is de eerste stap naar herstel.

A
  • Arrogantie – zich beter voelen dan anderen.
  • Aandachttrekkerij – hunkering naar bewondering en aandacht.
  • Afwijzingsgevoeligheid – gekrenkt raken bij kritiek.
B
  • Behoefte aan bewondering – constante drang om geprezen, gezien en bevestigd te worden.
  • Bedrog – de waarheid verdraaien of manipuleren om hun imago te behouden of ergens voordeel mee kunnen halen.
  • Beheerszucht – anderen willen sturen en controleren.
C
  • Controlerend– alles naar eigen hand willen zetten.
  • Charismatisch ( oppervlakkig ) – aanvankelijk heel charmant en innemend overkomen, maar het is vaak oppervlakkig en strategisch gericht.
  • Competitiedrang – altijd beter willen zijn dan anderen.
D
  • Dominantie – de baas spelen en andere overheersen.
  • Denigrerend gedrag – andere kleineren en vernederen om zichzelf beter te voelen.
  • Dubbelzinnigheid – tegenstrijdig gedrag vertonen: charmant en vriendelijk naar buiten toe, maar kil of neerbuigend in het privéleven.
E
  • Egoïstisch – alles draait om het eigenbelang, zonder rekening te houden met de gevoelens of belangen van anderen.
  • Empathietekort – geen inlevingsvermogen is een klassiek kenmerk van narcisme.
  • Eerzuchtig – een sterke drang om succes, status en bewondering te bereiken, vaak om het zelfbeeld te voeden.
F
  • Fantasierijk – dromen over macht, succes, schoonheid of ideaal liefdes en gezinsleven zodat er een feilloos imago wordt nagestreefd.
  • Façade – een masker opzetten om perfect, charmant, succesvol, sociaal, liefdevol over te komen.
  • Foutloos – onvermogen om fouten toe te geven. Het ligt altijd aan de ander en zonder schaamte worden feiten en waarheden verdraaid.
G
  • Grootheidswaan – het overtuigde gevoel uitzonderlijk, belangrijk of superieur te zijn is een klassiek kenmerk van narcisme.
  • Gewetenloos – geen spijt tonen, gebrek aan schuldgevoel, zelfs niet als men anderen kwetst.
  • Gaslighting – de werkelijkheid verdraaien zodat het slachtoffer aan zichzelf gaat twijfelen.
H
  • Hoogmoed – overdreven trots, zichzelf verheven voelen boven anderen. Regels, wetten en ( juridische-) afspraken gelden alleen voor de ander en niet voor hem zodra deze hem niet uitkomen.
  • Hunkering naar bewondering – emotionele afhankelijkheid door constante behoefte aan aandacht en bevestiging.
  • Harteloos – gebrek aan medeleven of emotionele warmte.
I
  • Isoleren – het slachtoffer vervreemden van kennissen, vrienden, collega's, klasgenoten, familie of steunfiguren.
  • IJdelheid – overdreven gefixeerd bezig zijn met uiterlijk, imago of status.
  • Intolerantie voor kritiek – kritiek niet kunnen verdragen en snel defensief reageren.
J
  • Jaloezie – afgunst op andermans succes, schoonheid, bezit of aandacht. Overtuigt zijn dat anderen jaloers zijn op hen. In een liefdesrelatie is hij extreem bezitterig en vertoont hij jaloers gedrag.
  • Jacht op bewondering – voortdurend actief op zoek naar complimenten, erkenning, lof en bevestiging.
  • Jojo gedrag – afwisselend idealiseren en vernederen van dezelfde persoon ( aantrekken en afstoten).
K
  • Kilheid – emotionele afstandelijkheid. Koel en ongevoelig voor de gevoelens van anderen.
  • Kritiekgevoeligheid – snel geraakt bij feedback. Zelfs kleine opmerkingen worden als aanval ervaren.
  • Krenkbaarheid – makkelijk gekwetst ego.
L
  • Liegen – verdraaien van de waarheid.
  • Liefdeloosheid – gebrek aan oprechte verbondenheid.
  • Love Bombing – liefde wordt gebruikt als wapen door eerst te idealiseren (“de perfecte partner”) en daarna volgt afstoten of vernederen.
M
  • Manipulatie – anderen bespelen of gebruiken voor eigen gewin.
  • Machtsdrang – controle of dominantie over anderen willen hebben.
  • Misleidend Masker – uiterlijke vertoning van charme en vriendelijkheid terwijl het verdraaien van de feiten, vertellen van halve waarheden of meedogenloos liegen gebruikt wordt om het eigen imago en het beschadigde zelfbeeld te beschermen.
N
  • Neerbuigendheid – anderen kleinerend behandelen.
  • Nonchalant – een houding van " ik ben te goed om me druk te maken " bedoeld om boven andere te staan.
  • Negatief zelfbeeld – een narcistische persoonlijkheidsstoornis is tweezijdig. Aan de buitenkant vertoont men een opgeblazen gevoel van zelfbelang en staat bewondering centraal, maar onder het masker is er sprake van een extreem gevoel van minderwaardigheid en onzekerheid.
O
  • Oppervlakkigheid – emoties, relaties en gesprekken blijven vaak oppervlakkig; echte diepgang wordt vermeden.
  • Obsessie – dwangmatige fixatie op controle en bewondering.
  • Overheersend gedrag – domineren en controleren van anderen.
P
  • Psychische mishandeling – emotionele manipulatie en controle door een narcist.
  • Projectie – eigen fouten en gedrag op anderen afschuiven.
  • Prestatiegerichtheid – succes als maat voor eigenwaarde.
Q
  • Quasi-empathie – doen alsof men meeleeft.
  • Quasi-authenticiteit – schijnoprechtheid.
  • Querulant gedrag – ruziën en procederen uit ego-kwetsing.
R
  • Rivaliteit – anderen als concurrent zien.
  • Rancune – wrok koesteren tegenover mensen die hen hebben gekrenkt of niet genoeg bewonderd hebben.
  • Roemzucht – verlangen naar bekendheid, status en bewondering.
S
  • Silent treatment – negeren of stilte gebruiken als straf of machtsmiddel
  • Schijnheiligheid – anders voordoen dan men werkelijk is. Dubbele moraal door hypocrisie.
  • Schaamteloosheid – geen spijt, berouw of gêne tonen over kwetsend of egoïstisch gedrag.
T
  • Trots – overdreven gevoel van eigenwaarde l. zich verheven voelen boven anderen.
  • Toneelspel – voordoen alsof men iemand is die men in werkelijkheid helemaal niet is door gevoelens, emoties of empathie te faken om bewondering of om iets gedaan te krijgen.
  • Tegenspraak-intolerantie – niet kunnen omgaan met kritiek of iemand die hem tegenspreekt.
U
  • Uitbuiting – anderen gebruiken voor eigen, doelen, voordeel of gewin zonder rekening te houden met hun gevoelens of grenzen.
  • Uiterlijkheidsgerichtheid – overdreven focus op uiterlijk, imago en status.
  • Uitblijven van zelfinzicht – onvermogen tot zelfreflectie. De schuld ligt altijd bij de ander en zien niet in wat hun eigen aandeel is.
V
  • Victimisatie (slachtofferrol spelen) – Zich voordoen als slachtoffer om aandacht, sympathie of controle te krijgen.
  • Verantwoordelijkheidsontwijking – nooit schuld of verantwoordelijkheden nemen. De schuld of verantwoordelijkheid wordt altijd bij de ander neergelegd door het verdraaien van feiten om zichzelf in een beter daglicht te zetten.
  • Verleiding als machtsmiddel – charme of aantrekkelijkheid gebruiken om controle of bewondering te krijgen.
W
  • Wraakzucht – behoefte om “terug te pakken” als men zich gekrenkt voelt.
  • Wantrouwend – men kan sterk wantrouwend zijn tegenover anderen, vooral wanneer hij of zij zich bedreigd voelt in het ego of bang is ontmaskerd te worden.
  • Woede-uitbarstingen – narcistische woedeaanvallen zijn intense, onvoorspelbare uitbarstingen van razernij die voortkomen uit een diepe onzekerheid en een fragiel ego. Ze worden getriggerd door het gevoel bekritiseerd of bedreigd te worden in hun eigenwaarde, zelfs door kleine dingen. Deze aanvallen kunnen explosief (schreeuwen, vernederen) of passief-agressief (stiltebehandeling, manipulatie) zijn, en het is belangrijk om jezelf te beschermen en niet in discussie te gaan.
X
  • X-factor-drang – obsessie om “speciaal” gevonden te worden.
  • XL-opgeblazen ego – overtuigd zijn dat men als enige het allerbeste verdient. Men gebruikt andere uitsluitend om het XL ego te dienen en nemen alles voor lief.
  • Xenofobie / exclusiviteit – soms zetten narcisten anderen tegen elkaar op, creëren verdeeldheid.
Y
  • Yes-man cultuur – ze omringen zich graag met mensen die altijd JA zeggen en hun superioriteit bevestigen.
  • Youth-obsessie – overdreven bezig zijn met jong, aantrekkelijk en perfect blijven om bewondering te behouden.
Z
  • Zelfverheerlijking – zichzelf voortdurend ophemelen en bewondering eisen.
  • Zelfzucht – alles doen vanuit extreem eigenbelang. Anderen tellen alleen maar mee als ze iets opleveren.
  • Zorgeloosheid voor anderen – totaal gebrek aan verantwoordelijkheid of betrokkenheid.
  • Altijd beschikbaar wanneer jij het nodig hebt
  • Laagdrempelig en toegankelijk
  • Ervaringsgericht en persoonlijk
  • Flexibele vormen van contact